De Belgische rente zakt. Zijn we plots een half kernland van de eurozone?
Stelling: De rente op Belgisch staatspapier met een looptijd van 10 jaar zakte gisteren voor het eerst sinds lang onder de 3 procent, tot 2,95. De laatste keer dat de Belgische schatkist zo weinig betaalde om zich te financieren, dateert van augustusEen lagere rente wijst op een hogere waarde van een obligatie en op een toename van het vertrouwen van beleggers in de betreffende staatsleningen. Na een hoopvol begin van de dag eindigde de Spaanse rente fors hoger dan donderdag.
Belgische rente duikt onder 3 procent
In november vorig jaar kwam de rente op Belgisch staatspapier met een looptijd van tien jaar nog dicht bij 6procent. Belgie dreigde toen meegesleurd te worden in het zog van probleemlanden zoals Italie en Spanje, maar staat er nu veel beter voor.Zuid-Europese rente daalt door discussie eurobonds
Zodoende stijgt het rendement op tienjarig Duits papier vanmorgen licht en dalen de rentes bij vergelijkbaar Spaans en italiaans papier. Dat zegt Pieter Jan Datema, handelaar bij Saxo Bank. "In dat opzicht heeft de discussie over eurobonds op ditRente op Franse obligaties op recorddieptepunt als alternatief voor bunds
De rente op Franse staatsobligaties staat vandaag op een recorddieptepunt, waarbij deze obligaties worden gekocht als alternatief voor bunds. Het voordeel is dat Franse staatsobligaties meer opleveren dan Duitse, terwijl vanmorgen werd bekendgemaaktBeleggingspolis erg lastig te peilen
U heeft een beleggingspolis, maar snapt er weinig van? U bent niet de enige. Dat ze als warme broodjes over de toonbank gingen, had meer te maken met de hoge eindkapitalen die adviseurs beloofden, dan met transparantie en eenvoud. Na een AFM-rapport over de hoge kosten brak in Nederland de spreekwoordelijke hel los. Verzekeraars gaan nu alsnog iedereen beter inzicht geven in de kosten. Maar hoe ziet u of u al die jaren vooral de kas van de verzekeraar heeft lopen spekken?
Belangenbehartigers als de Consumentenbond zien met angst en beven het spookbeeld tegemoet dat tienduizenden consumenten individueel hun recht moeten zien te halen. Dat vergt doorzettingsvermogen, juridische kosten n vooral ook inzicht. Een informatieve brief van verzekeraars is niet d oplossing, stelt financieel expert Rob Goedhart van de Consumentenbond. Zo vroeg ik op verzoek van een familielid inzicht in de kosten van haar pensioenpolis. Haar verzekeraar stuurde een Excel-bestand boordevol informatie. Prachtig, die openheid. Alleen, ik snapte er niets van.
Boze tongen beweren wel eens dat verzekeraars hun producten met opzet ingewikkeld voorstellen. Als niemand de opzet snapt, kraait er geen haan naar eventueel te hoge kosten. Kassa! Door nu alsnog met goede en duidelijke informatie te komen, krijgen verzekeraars een historische kans die beschuldiging te ontkrachten.
Door de lange looptijd van beleggingspolissen, veelal 30 jaar, merken klanten eigenlijk pas aan het eind van de rit of ze wel of geen goed product hebben afgesloten. Dat zien ze aan het verschil tussen het daadwerkelijke en het in het vooruitzicht gestelde eindkapitaal. Als ze nu tussentijds inzicht in het product krijgen, kunnen ze ook n beoordelen of ze te maken hebben met een goede verzekeraar. Zijn de kosten n andere inhoudingen op de betaalde premie bijvoorbeeld inderdaad te hoog?
Dat is een lastig oordeel. Daarom hopen belangenbehartigers als de Consumentenbond en Vereniging Eigen Huis dat een staatscommissie het kaf van het koren gaat scheiden, resulterende in een eventuele polisreparatie. Verzekeraars zien meer in individuele zaken.
6,5 miljoen
In Nederland staan 6,5 miljoen beleggingspolissen uit. Deze polissen zijn vooral vanaf de jaren negentig verkocht. Gekoppeld aan een hypotheek om later af te lossen, maar ook als pensioenverzekering/ koopsompolis. Ook zijn ze aan de man gebracht als studieverzekeringen voor kinderen of als onderdeel van een consumptief krediet. Al deze producten zijn gebaseerd op de kapitaalverzekering, die van de Consumentenbond al in 1980 forse kritiek oogstte over de kosten.
Bij een kapitaalverzekering is de klant verzekerd van een kapitaal, de naam zegt het al. Zo keert de verzekeraar een gegarandeerd kapitaal uit op een bepaalde leeftijd of in geval van overlijden van de klant. De klant betaalt hiervoor een premie. Deze premies worden tegen een vaste lage rente weggezet, zodat de verzekeraar op een gegeven moment zijn garantie kan nakomen. Maakt de verzekeraar meer rendement, dan krijgt de verzekerde middels winstdeling een hoger kapitaal dan beloofd. Doordat de rente begin jaren negentig fors begon te dalen en de winstdeling tegenviel werd de traditionele kapitaalverzekering minder interessant.
Slimme verzekeraars bedachten dat ze de premie beter op de beurs, in aandelen, konden beleggen. Dan kwamen ze voor de klant op een hoger eindkapitaal. Het vervelende van aandelen is echter dat ze misschien wel een hoger, maar geen gegarandeerd rendement bieden. De uitkering van de beleggingsverzekering is daarmee niet gegarandeerd.
Verzekeraars hebben de eindkapitalen voorgerekend ervan uitgaande dat de beurs gemiddeld een rendement tussen de 8 en 12% biedt. Zo kreeg bijvoorbeeld iemand te horen dat een jaarinleg van 2400 (toen natuurlijk nog in guldens) bij 8% beursrendement na dertig jaar 293.630,08 zou opleveren.
Even afgezien van de vraag of de beurs inderdaad 8% haalt, is volgens Goedhart een van de heikele punten in het beleggingspolisdossier of er nog kosten van die 8% af gaan. Met andere woorden: is dit een brutorendement of een nettorendement? Klanten mochten van het laatste uitgaan. Hun is immers beloofd: als de beurs met 8% stijgt, dan krijgt u dit. De ervaring leert Goedhart echter dat mogelijk niet elke verzekeraar dit pad bewandelt, maar nog kosten op die 8% inhoudt. Zijn die bijvoorbeeld 2%, dan is het nettorendement 6%. Dat leidt tot een eindkapitaal van 201.124,03. Dat is ruim 90.000 opbrengst minder. Dat wil zeggen 90.000 minder pensioen of afbetaling op de hypotheek.
Een eventuele compensatie komt voor de sector als geheel neer op een gigantisch bedrag. Uitgesmeerd over het totale aantal polissen valt het per polis wel mee, zeker omdat veel polissen nog veel looptijd voor de boeg hebben, stelt Goedhart.
Verzekeraars stellen volgens Goedhart heel terecht dat niet alles wat ze op de premie inhouden kosten zijn. Er zijn ook componenten waar een prestatie van de verzekeraar tegenover staat. Van belang is daarom te kijken wat precies de kosten zijn. Zo houdt de verzekeraar risicopremie in voor de overlijdensdekking. Ook in geval van arbeidsongeschiktheid is er vaak een dekking: dat de verzekeraar in dat geval de premie kwijtscheldt of zelfs dat hij tot een uitkering overgaat.
Overlijdensdekking
Volgens Goedhart zouden consumenten goed moeten letten op de premie voor de overlijdensdekking. Doordat de verzekeraars hiermee in feite datgene dekken wat ze met de opgebouwde beleggingspot tekortkomen voor het kapitaal dat ze bij overlijden moeten uitkeren, schommelt deze overlijdensrisicopremie mee met de beurs. Daalt de beleggingspot in waarde, dan zullen verzekeraars deze risicopremie verhogen. Dt moeten ze wel gemeld hebben in hun brochures. Een andere goede vraag is of je nog wel risicopremie zou moeten betalen als de beleggingspot groter is dan het verzekerde overlijdenskapitaal.
Hoe je het ook wendt of keert: eerst moeten consumenten afdoende inzicht krijgen. Pas dan kan blijken bij welke polissen verzekeraars iets te verwijten valt. Zolang die duidelijkheid er niet is, raadt de Consumentenbond het afsluiten van een beleggingspolis af. Er zijn alternatieven.
Bron: Overgeld.nl 22 januari 2007
